Colloquium over de Samenlevingsdienst in de Senaat

Op 15 en 16 mei 2017 organiseerden het Platform voor de Samenlevingsdienst en de Senaat samen een groot internationaal colloquium over de Samenlevingsdienst. Jongeren, buitenlandse collega’s, verenigingen en politici tekenden present. De vertegenwoordigers van acht bevoegde ministerkabinetten hebben zich zelfs uitgesproken voor een Samenlevingsdienst in België en het federale niveau heeft bevestigd dat het werkt aan een specifiek statuut voor jongeren in Samenlevingsdienst: een grote stap vooruit. Al deze goede bedoelingen en initiatieven moeten nu nog in een kwaliteitsvolle wettekst worden gegoten... die dan tot uitvoering moet komen!

Neem drie ministers (één uit elk gewest), senatoren en volksvertegenwoordigers van zowat alle politieke strekkingen en een twintigtal jongeren van de Samenlevingsdienst met uiteenlopende achtergrond, met hun enthousiaste glimlach en ukelele, en je hebt een mooi beeld van de sprankelende diversiteit van het publiek dat op 15 en 16 mei jl. in het halfrond van de Senaat bijeenkwam voor een groot colloquium over de Samenlevingsdienst, een gezamenlijke organisatie van het Platform voor de Samenlevingsdienst en de Senaat.

Op de deelnemerslijst stonden verder ook nog de directeurs van de belangrijkste Europese samenlevingsdiensten (Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg), de vertegenwoordigers van heel wat ministerkabinetten, afgevaardigden van de Europese Commissie, buitenlandse collega’s (ook uit Engeland, met alle respect voor de “Brexiteers”!), universitaire onderzoekers, leden van denktanks en studiecentra van politieke partijen, belangrijke sociale partners en tal van actoren in het veld…

Onder de titel “Naar een Samenlevingsdienst in België: Europese bijdragen” viel dit colloquium qua timing perfect om alle energie te bundelen die de afgelopen maanden rond het thema van de Samenlevingsdienst was ontstaan, zoals af te leiden viel uit kranten, radio en televisie, maar ook uit peilingen en sociale media en uit werkzaamheden van de federale en deelstaatparlementen. De Senaat, die sinds de zesde staatshervorming dé plaats bij uitstek is geworden waar gemeenschappen en transversale maatschappelijke projecten elkaar treffen, vormde het ideale kader voor dit evenement.

De eerste dag werd ingeleid door de Voorzitster van de Senaat, mevrouw Christine Defraigne (MR), de ministers Sven Gatz (Open Vld) en Rachid Madrane (PS), hevige bepleiters van de Samenlevingsdienst, en de vertegenwoordigster van de Europese Commissie, mevrouw Floor Van Houdt. Op het programma stond vooral een indrukwekkende uiteenzetting van de programma’s voor Samenlevingsdienst in Europa.

Dhr. Yannick Blanc, directeur van het Agentschap van de Service Civique, en mevr. Marie Trellu-Kane, mede-oprichtster van Unis-Cité, pionier en belangrijke uitvoerder van het Franse programma, lichtten de exponentiële groei hiervan sinds de oprichting in 2011 (95.000 jongeren in 2016!) toe; dhr. Christopher Steegmans, directeur voor burgerschapsbeleid bij de Duitse federale regering, sprak over de diepe wortels en de complexe structuur van de Bundesfreiwilligendienst en aanverwante programma’s (101.000 jongeren in 2016); dhr. Licio Palazzini, voorzitter van de Conferenza Nazionale Enti Servizio Civile, vertelde over de hoopgevende ontwikkeling van de Servizio Civile Nazionale (49.000 jongeren in 2016); dhr. Georges Metz, directeur van de Luxemburgse Service National de Jeunesse, gaf tot slot enkele interessante juridische pistes om een Samenlevingsdienst te institutionaliseren. Dhr. François Ronveaux, directeur van het Platform, stelde vervolgens het (niet-geïnstitutionaliseerde) programma van het Platform in België voor.

De dag werd afgesloten met twee panels: in het eerste zaten alle voornoemde sprekers om te praten over de Europese dimensie van hun programma’s en hun band met het European Solidarity Corps, een project dat ondersteund wordt door de Voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker; in het tweede panel zaten zes Belgische senatoren en volksvertegenwoordigers, meer bepaald dhr. Peter Van Rompuy (CD&V), senator en Vlaams volksvertegenwoordiger, auteur van een recente conceptnota over een “verplicht aangeboden” Samenlevingsdienst; dhr. André du Bus de Warnaffe (cdH), Brussels volksvertegenwoordiger en parlementslid van de Franse Gemeenschap, auteur van het eerste wetsvoorstel voor een Samenlevingsdienst in België; dhr. Jean-Paul Wahl (MR), fractieleider in de Senaat; mevr. Véronique Jamoulle (PS), senator; mevr. Tine Soens (sp.a), Vlaams volksvertegenwoordiger; en dhr. Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen), federaal volksvertegenwoordiger. In hun conclusies wezen zij op enkele inspirerende denksporen en te mijden struikelblokken, maar bovenal onderstreepten zij allen zeer gehecht te zijn aan het project.

De tweede dag had een duidelijk Belgisch tintje. In de voormiddag nam het colloquium een zeer emotionele wending met de getuigenis van vijf jongeren in Samenlevingsdienst. Maïté Monet vertelde hoe zij ondanks haar handicap haar steentje heeft kunnen bijdragen in het rusthuis Aegidium te Sint-Gillis, er haar plekje en wat zelfstandigheid wist te vinden; Abdulrashid Karim Dostikhel schetste zijn aangrijpende evolutie van Afghaans vluchteling zonder vaste woonplaats tot preventiewerker bij de stad Antwerpen; Justine Baudard liet weten hoe zij als licentiate in de politieke wetenschappen ging meehelpen in een centrum voor asielzoekers van het Rode Kruis in Ans en hoe die Samenlevingsdienst haar zelfvertrouwen en een toekomstbeeld had geschonken; de Syrische Sarah Sharov bewoog de toehoorders bijna tot tranen toen ze vertelde hoe ze dankzij haar Samenlevingsdienst op de Hoeve van Ukkel onder meer Frans had kunnen leren, zich wist te integreren en “herboren” werd door opnieuw te kunnen gaan studeren aan de universiteit; Bieke Verhelst onderstreepte tot slot de open blik die zij had opgedaan tijdens haar Samenlevingsdienst als sociaal-cultureel werkster bij Ploef! in Jette.

Jongeren die een Samenlevingsdienst doen of gedaan hebben, zijn de beste ambassadeurs van het project omdat zij het van binnenuit beleven en het tastbaar maken, met beelden en emoties. Hun enthousiasme, hun engagement, het inspirerende schouwspel van hun leerproces en hun pad naar zelfstandigheid doen méér voor de Samenlevingsdienst dan Powerpoint-presentaties, peilingen en statistieken. Zij vormen echt het hart van het project en het zijn vooral zij die het uitdragen. Dat kwam overigens niet alleen uit de getuigenissen van de vijf “uitgekozenen” naar voor, maar bleek ook uit de medewerking van vijftien andere jongeren in Samenlevingsdienst die in hun opvallende blauwe T-shirts een groot deel van het onthaal van het colloquium met de glimlach op zich namen.

Na de getuigenissen van de jongeren verdeelde het publiek zich in vier groepen van telkens zo’n dertig deelnemers voor werkgroepen rond de vier basisprincipes van de Samenlevingsdienst: burgerschap, diversiteit, solidariteit en emancipatie. In elke groep werden de debatten ingeleid door experten en actoren in het veld, waarna het de beurt was aan een bonte mengeling van kabinetsleden van allerlei politieke slag en jongeren in Samenlevingsdienst, ambtenaren en militanten, onderzoekers en leden van het middenveld… Iedereen leverde zijn bijdrage aan het debat zodat er een preciezer beeld kon worden geschetst van de verwachtingen ten aanzien van de Samenlevingsdienst en de uitdagingen die zich aftekenen. Elke werkgroep leverde een aantal concrete aanbevelingen voor de beleidsmakers af.

Die aanbevelingen dienden als uitgangspunt voor het laatste luik van het colloquium dat – vanuit politiek opzicht – het belangrijkste was: een rondetafel met Brussels minister Didier Gosuin (Défi), die het project in zijn gewest financiert, en de vertegenwoordigers van zeven andere kabinetten op verschillende bevoegdheidsniveaus, meer bepaald de kabinetten De Block (Open Vld), Borsus (MR), Gatz (Open Vld), Simonis (PS), Weykmans (PFF), Schyns (cdH) en Madrane (PS). De moderator van de rondetafel, dhr. Alain Deneef, kon nogal wat belangrijke informatie bijeengaren, zoals de bevestiging door de vertegenwoordiger van het kabinet De Block dat er op federaal vlak gewerkt wordt aan een wetsontwerp dat voorziet in een specifiek statuut voor de Samenlevingsdienst tegen 2018. Uitstekend nieuws! Ook algemeen erkend werd het belang van de samenwerking tussen het federale niveau en de deelstaten voor de precieze invulling van dat statuut. Net als tijdens het panel van parlementsleden de dag voordien werden tijdens het debat enkele hinderpalen onderscheiden en kon worden vastgesteld dat alle aanwezige partijen positief stonden tegenover de Samenlevingsdienst.

Als besluit kunnen we stellen dat de standpunten van zowel de afgevaardigden van de zes partijen als de vertegenwoordigers van de acht ministerkabinetten een belangrijke stap vormen in de geschiedenis van de institutionalisering van de Samenlevingsdienst in België. Na 18 jaar proberen en 12 vruchteloze wetsvoorstellen zien we eindelijk een realistischer window of opportunity opengaan. Ministers nemen het initiatief en partijen van meerderheid en oppositie, van verschillende gewesten en gemeenschappen, pleiten voor het project. In die zin was het colloquium een groot succes…

Het is nu zaak ons ervan te vergewissen dat die verschillende partijen en kabinetten effectief samenwerken en dat er resultaat komt! We moeten er vooral voor zorgen dat het wetsontwerp in wording voldoende kwaliteit in zich draagt, d.w.z. dat het rekening houdt met de basisprincipes en krachtlijnen van de Samenlevingsdienst, vooral wat de participatie van kansarme jongeren betreft. Dat is de volgende uitdaging voor het Platform. Het colloquium heeft ons hoop gegeven, maar de buit is zeker nog niet binnen. Werk genoeg voor volgend jaar!

Alban van der Straten
Belangenbehartiger