Het einde van de tunnel in zicht?

Editoriaal van “De Samenlevingskrant” nr. 5, juli 2017, door François Ronveaux, directeur van het Platform voor de Samenlevingsdienst 

Na een decennium van krachtenbundeling en politiek lobbywerk boekt ons Platform eindelijk concrete vooruitgang voor de invoering van een Samenlevingsdienst in België. Een belangrijke stap in dit proces was de organisatie van een tweedaags colloquium in de Senaat op 15 en 16 mei jl. Het Platform had er alle Belgische politici van de federale, gewest- en gemeenschapsniveaus uitgenodigd voor een rijkgevuld, gevarieerd en inspirerend programma met onder meer de getuigenissen van de directeurs van gelijkaardige programma’s uit Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg. Na afloop van dit evenement kunnen we alleen maar verheugd zijn over wat daar werd aangekondigd… Oordeel gerust zelf:

Federaal minister Maggie De Block zet haar schouders hieronder en kondigt aan dat er vóór het einde van de legislatuur een statuut voor jongeren in Samenlevingsdienst komt.

Vlaams minister van Jeugd Sven Gatz kondigt aan dat er in Vlaanderen pilootprojecten zullen worden opgestart ter voorbereiding van dat nieuwe statuut.

Tijdens ons colloquium in de Senaat spraken vertegenwoordigers van zes politieke partijen en acht ministerkabinetten hun steun uit voor het projet en – belangrijker nog – besloten ze dat er dringend werk moest worden gemaakt van een statuut voor jongeren die zich voor een vrijwillige Samenlevingsdienst willen inzetten.

Het politieke klimaat lijkt dus rijp om dit maatschappelijke project te doen slagen…

Maar we mogen het vel de beer niet verkopen voor hij geschoten is… want er is nog werk aan de winkel. Te beginnen met de opstelling van een kwaliteitsvolle wettekst die de basisprincipes en krachtlijnen bevat van een programma bestemd voor alle jongeren, zonder uitzondering of elitarisme. De totstandkoming van een wettelijk kader voor de Samenlevingsdienst zal immers pas geslaagd zijn als – en enkel als – dat kader leidt tot (1) sociale en culturele vermenging, (2) een diep gevoel van burgerschap, (3) een reflex van solidariteit en (4) echte emancipatie, dit alles met het oog op een sterkere maatschappelijke cohesie. Uit onze ervaring met meer dan 500 jongeren die een Samenlevingsdienst hebben verricht, hebben we geleerd dat de uitvoering van die basisprincipes niet vanzelf gaat en dat er een wettekst moet worden uitgewerkt die rekening houdt met volgende krachtlijnen: (1) globale benadering van de persoon, (2) een afwisseling tussen projecten en vormingen die de jongere doet nadenken en laat rijpen, (3) vertrouwensrelatie tussen begeleiders en jongeren (mentors, verantwoordelijken voor follow-up, enz.), (4) sociale en culturele vermenging als pedagogisch principe, (5) geen selectie, (6) groepsdynamiek en (7) mobiliteit als factor voor emancipatie.

Zoals blijkt uit de getuigenis van Yannick Blanc, Voorzitter van het Agentschap van de Service Civique in Frankrijk (video), duurt het wel even alvorens het idee van burgerdienst/samenlevingsdienst zich in het collectieve gedachtegoed nestelt, met varianten tussen vrijwilligerswerk, tewerkstelling, stage en socioprofessionele inschakeling. Maar dat is een legitieme evolutie die door de jongeren ook opgeëist wordt. Vergeten we niet dat maar liefst 63% van de Belgische jongeren voorstander is van de invoering van een dienstplicht bijvoorbeeld in humanitaire organisaties, milieuprojecten of sociaal werk. Stel je voor hoe hoog het cijfer had gelegen indien de vraag werd gesteld naar een vrijwillige Samenlevingsdienst. Jongeren willen zich duidelijk voltijds en langdurig engageren voor de maatschappij. We moeten dus volharden en streven naar relevantie op basis van overleg en samenwerking!

En voor het overige, dames en heren politieke mandatarissen… bent u nu aan zet! (we zullen u wel een handje helpen!)

François Ronveaux
Directeur van het Platform voor de Samenlevingsdienst