​Met Laura naar het OCMW-rusthuis van Sint-Joost

Laura heeft in maart 2016 voor de Samenlevingsdienst gekozen. Haar hoofdproject? De senioren van het geriatrisch centrum ‘Anne Sylvie Mouzon’ in Sint-Joost-ten-Node begeleiden, hen een luisterend oor bieden en hun dag wat opvrolijken.

Met Laura naar het OCMW-rusthuis van Sint-Joost

Laura heeft in maart 2016 voor de Samenlevingsdienst gekozen. Haar hoofdproject? De senioren van het geriatrisch centrum ‘Anne Sylvie Mouzon’ in Sint-Joost-ten-Node begeleiden, hen een luisterend oor bieden en hun dag wat opvrolijken. Het werd een uiterst verrijkende ervaring waar Laura met een warm gevoel over vertelt in een artikel dat binnenkort verschijnt in het maandblad van het rusthuis. Wij kregen de primeur...

Laura heeft zich in 2016 voor de Samenlevingsdienst ingezet. Haar hoofdproject? Zorgen voor de bewoners van het OCMW-rusthuis ‘Anne Sylvie Mouzon’ van Sint-Joost-ten-Node, hen helpen, een luisterend oor bieden en hun dag wat opvrolijken. Het werd een ervaring met veel contacten en emoties waar Laura graag over vertelt in deze beklijvende tekst.

"Tot voor kort had ik nooit durven denken dat ik ooit voor een project in een rusthuis zou kiezen en toch ben ik vijf maanden geleden in dit avontuur gestapt.

Mijn naam is Laura en sinds maart 2016 zet ik me in om de bewoners en personeelsleden van het geriatrisch centrum ‘Anne Sylvie Mouzon’ in Sint-Joost-ten-Node een handje te helpen. Ik ben nog altijd wat op zoek naar mezelf en stel me nog vrij veel vragen over mijn toekomst op de arbeidsmarkt. Ik ben heel menselijk ingesteld en gevoelig van aard en ik word dan ook overgelukkig als ik zie hoe een engagement als vrijwilliger wat kleur kan brengen in onze samenleving.

Nochtans had ik nog nooit vrijwilligerswerk gedaan. Het ontbrak me gewoon aan wilskracht om de stap te zetten. Dankzij de Samenlevingsdienst heb ik die eerste terughoudendheid overwonnen: zes maanden engagement erkend door de RVA, de nodige persoonlijke ondersteuning en een kant-en-klare formule, bijna op maat. Ik heb dus de grote sprong gewaagd om mijn diensten aan te bieden aan senioren, want ik ben erg met hen begaan.

Terwijl ik dit schrijf, wandel ik door de gangen van het rusthuis. Ik kan natuurlijk niet iedereen helpen want in dit gebouw van zes verdiepingen wonen en leven heel wat mensen. Eigenlijk heb je de grootste kans om me tegen het lijf te lopen op de vierde verdieping, ook al hol ik voortdurend van de ene naar de andere dienst om bij te springen. Eén van mijn belangrijkste taken is het vervoeren van de bewoners naar het restaurant bij etenstijd. Ik neem ook deel aan veel activiteiten die intern of buiten de vier muren van het rusthuis georganiseerd worden. Maar al bij al vormt de vierde verdieping mijn uitvalsbasis, wellicht ook omdat daar mijn mentor Carine werkt. Ik heb er beetje bij beetje mijn plek gevonden. Ik heb alle mensen die daar komen leren kennen. Ik heb kunnen wennen aan hun aanwezigheid en aan de omgeving. Intussen is het zelfs een reflex geworden: zodra ik aankom, ga ik naar de vierde verdieping! Ik beschouw de bewoners daar als mijn nieuwe vrienden. Ik zie ieders gezicht voor me. Ik heb leren omgaan met hun karakter en sommigen hebben me verteld over de gebeurtenissen in hun leven, over leuke en minder leuke momenten. Zo is er Gilberte, een vrouw die heel graag praat, die me in vertrouwen heeft genomen en me heeft verteld over wat ze in haar leven allemaal heeft meegemaakt.

Tijdens die gesprekken kwam ik te weten dat ze afkomstig is van Gilly, in de buurt van Charleroi. Als enig kind kende ze helaas een zwaar leven: haar ouders gingen uit elkaar, ze kwam in een weeshuis terecht waar harde opvoedingsregels golden, ze maakte de oorlog mee, ze had het lastig om de eindjes aan elkaar te knopen, ze verloor geleidelijk haar mobiliteit… Maar wat haar het meest getekend heeft, is toch de dood van haar drie kinderen. Ze heeft vandaag geen enkel contact meer met de buitenwereld. Ze brengt haar dagen door met de andere bewoners die in zekere zin haar tweede familie vormen, en het rusthuis is zowat haar nieuwe thuis geworden (Gilberte verblijft hier immers al heel lang). Ondanks alle tegenslagen is ze altijd strijdlustig gebleven, en tegelijk dol op contact en de activiteiten die het rusthuis organiseert. Met Monique, met wie ze de kamer deelt, kan Gilberte het perfect vinden, er wordt dan ook heel wat afgekletst.

Ook Monique is een grote babbelkous. Ze is enig kind, afkomstig uit Vlaanderen en ze vertelde me dat ze veel heeft gereisd. Ondanks haar nieuwsgierige, avontuurlijke aard heeft ze ook veel gedaan voor haar gezin en haar werk. Als moeder van een dochter en een zoon heeft ook zij, achter haar elegante voorkomen, veel moed aan de dag moeten leggen gezien de vele tegenslagen in haar leven. Door hevige artritis heeft ze veel afgezien, maar ook al kent ze soms erg sombere momenten, toch heeft ze een grote gave: ze blijft vrolijk en verrast ons met haar levensvreugde.

Ik kan het hier jammer genoeg niet hebben over al mijn nieuwe vrienden want dat zou mij te ver brengen, maar ik kan toch echt niet buiten Delphine om. Ik noem haar het kleine vogeltje van de verdieping. Ze is even groot als ik (ze zijn bij ons allebei de groeipillen vergeten…), fragiel, schattig, fan van Edith Piaff, en ze eet als een mussenjong. Telkens haar beperkte eetlust ter sprake komt, is ze er als de kippen bij om ons te vertellen over haar jeugdherinneringen: toen ze als kind niet wou eten, beloofde haar papa haar één frank wanneer ze haar bordje leegat. Daarmee kon ze twintig snoepjes kopen in de ‘bollewinkel’! Ook al vraagt Delphine soms veel aandacht omwille van haar angstaanvallen, toch werd ik geraakt door haar zachte karakter, haar vele complimentjes, haar liefdevolle kijk op haar herinneringen, haar overleden man, haar kinderen…

Het wordt stilaan tijd om te besluiten, maar ik wil toch graag ook de andere bewoners van de vierde verdieping bij naam noemen: Raymond met z’n grappen en grollen, onze kolonel Edgard, voormalig generaal in het leger, en zijn lieve vrouw Denise, onze eeuwelinge Madeleine, Alice de mopperkont met het gevoelige kantje, Antonia, Rosa, Hamno, Rahma en Jemaa, onze dames die de zon uit Europa of het Oosten laten schijnen, de kleine, stille Madame Grace die een stukje Azië binnenbrengt, … Dan is er nog ons beroemde koppeltje, Edith en haar man Nicolas – zo bescheiden als hij is, zo temperamentvol is zij, en verder ook charmeur Dragi en lieve Françoise. Tot slot vergeten we zeker ook niet onze mevrouwtjes: de immer rustige Monique, Anne-Marie met haar sterke karakter en Eliane, één van de sterren van de verdieping.

Mijn innige gedachten gaan ook uit naar André en Margueritte. Mogen ze in vrede rusten.

Als besluit wil ik natuurlijk ook de medewerkers van het Platform Jongeren voor de Samenleving bedanken die de vereniging doen groeien en bloeien met een programma dat prachtig maatschappelijk gekleurd is. En ook een welgemeend woord van dank aan mijn mentor Carine, die zo vriendelijk was om mij gedurende mijn ganse project te begeleiden. Zonder deze mensen had ik het nooit tot een goed einde kunnen brengen. Ik wil ook nog alle andere werknemers van het rusthuis en alle bewoners bedanken. Het is niet altijd gemakkelijk om die omgeving te leren kennen, want je krijgt met veel tegenslagen en verdriet te maken, maar toch ben ik heel blij dat ik dit mooie avontuur mocht beleven. Ik kon er de oudjes een helpende hand bieden en dat maakte me echt warm vanbinnen."